Seizoen 2016-2017

Data klassieke concerten van het seizoen 2016-2017

  • vrijdag 4 november 2016 – Johannette Zomer en het Tulipa Consort
  • vrijdag 20 januari 2017 – Delta Piano Trio
  • vrijdag 10 maart 2017 – Martijn Willers en Joris van den Berg

    Voorjaarsconcert vrijdag 10 maart 2017

    Martijn Willers (piano) en Joris van den Berg (cello)

    ‘Twee musici op weg naar de absolute top’

    PROGRAMMA

    J.S. Bach: Sonate voor gamba en klavecimbel nr.1 in G groot, BWV 1027

    • Adagio
    • Allegro ma non tanto
    • Andante
    • Allegro moderato

    Toshio Hosokawa: Lied III ( 2007)

    L. van Beethoven: Sonate voor cello en piano in C-groot Opus 102 nr.1

    • Allegro vivace
    • Adagio, tempo d’andante, allegro vivace

    PAUZE

    J.S.Bach: Sonate voor gamba en klavecimbel Nr. 2 in D-groot, BWV 1028

    • Adagio
    • Allegro
    • Andante
    • Allegro

    Alfred Schnittke: Musica Nostalgica ( 1992)

    L.van Beethoven: Sonate voor cello en piano in D-groot Opus 102 nr.2

    • Allegro con brio
    • Adagio con molto sentimento d’affetto
    • Allegro fugato

    De viola da gamba was populair in de Renaissance en Barok. Het is een aristocratisch instrument met een verfijnd timbre; uitermate geschikt voor concerten aan vorstenhoven en in de huizen van de toenmalige elite. Grote componisten als Bach en Marin Marais schreven solopartijen voor de gamba. Naarmate het concertpubliek talrijker werd en de concertzalen groter, bleek de geluidssterkte van de gamba niet meer toereikend en verving men de gamba meestal door de cello. Ook vanavond zal dat het geval zijn. De klavecimbelpartij zal op piano gespeeld worden.

    Bach schreef tussen 1717 en 1723 drie sonates voor viola da gamba en klavecimbel, waarvan u er twee te horen krijgt. BWV 1027 nr. 1 is terug te voeren op de sonate in G-majeur voor twee fluiten en basso continuo uit 1720. De cello zal de 1e stem spelen, de piano de 2e stem, waarbij ze in dialoog elkaar antwoorden en motieven imiteren. De linkerhand van de piano krijgt de begeleiding als baslijn. BWV 1028 nr.2 is van later datum dan nr.1 en neigt wat de stijl bereft in de richting van het classicisme. Er bestaat van deze sonate nog een andere versie, namelijk voor viool en klavecimbel.

    Toshio Hosokawa (1955) werd geboren in Hiroshima, waar al snel zijn muzikale talent duidelijk werd. Hij studeerde piano, contrapunt en harmonie in Tokyo, waar hij zich vooral in westerse componisten als Bach, Beethoven en Schubert verdiepte tot hij tijdens een concert in aanraking kwam met de muziek van de Koreaanse componist Isang Yun. Er ging een wereld voor hem open en hij vond de weg naar de traditionele muziek van Japan, China en Korea. Hij vervolgde zijn studie in Berlijn, Darmstadt en Freiburg o.a. bij Klaus Huber, die hem in 1985 de gelegenheid gaf zich een half jaar te verdiepen in de klassieke Japanse muziek. Dit alles leidde tot composities die een mix zijn van Europese 20se-eeuwse avant-gardemuziek en traditionele Japanse muziek. Voor Hosokawa is het proces van componeren sterk verbonden met het zen-boeddhisme. Hij geeft zijn werk beeldende titels zoals: Circulating Ocean, Lotus under the Moonlight, Silent Flowers of Woven Dreams.

    Elke afzonderlijke toon is volgens hem essentieel en wordt geboren vanuit stilte, die het geluid intenser maakt. ‘Muziek is de ruimte waar klank en stilte elkaar tegenkomen’ zegt hijzelf. Zijn composities omvatten orkestwerken, soloconcerten, een opera, kamer- en filmmuziek. Sinds 1998 is hij composer-in-residence bij het Tokyo Symphonie Orchestra, bij het Deutsches Symphonie Orchester Berlin en bij het WDR Rundfunkchor in Keulen. Verder is hij gastdocent aan de Universiteit van Tokyo en was hij directeur van verschillende muziekfestivals. Hij heeft inmiddels een groot aantal prijzen ontvangen.

    Beethoven componeerde de sonates voor piano en cello opus 102 in 1815 aan het begin van de derde periode in zijn leven en daarmee behoren ze tot zijn latere werken. Vergeleken met vroegere periodes gaat hij hier meer ongedwongen om met vorm- pincipes ten gunste van een gevarieerde en flexibele uitwerking van muzikale invallen. Dat heeft ook de vervaging van de grens tussen de verschillende delen van de sonates tot gevolg. Verder is het belang van de pianopartij veranderd van hoofdzakelijk begeleidend tot evenwaardig, zo niet prominent ( zie ook hoe Beethoven de composities aankondigt) aan de cellopartij.

    Beethoven droeg de sonates op aan gravin Marie von Erdödy, een goede vriendin en vurig bewonderaarster van Beethoven. Hij bracht zelfs enige tijd doorin het stadspaleis van de familie in Wenen. De sonate opus 102 nr. 1 in C-majeur begint met een paar maten op de cello, waarna de piao invalt en ze samen het gevoelige ( teneramente) andante spelen dat bijna naadloos overgaat in het allegro, dat beheerst wordt door het energieke hoofdthema. Daana volgt een intermezzo-achtig adagio dat uitmondt in een ritmisch zeer markant allegro vivace. De sonate opus 102 nr.2 in D-majeur wordt vaker uitgevoerd dan nr. 1. Met het adagio, dat volgens Beethovens aanwijzingen met veel gevoel gespeeld dient te worden loopt hij vooruit op de tijd van de Romantiek. In het finaledeel daarentegen grijpt hij weer terug naar de polyphonie door een majestueuze fuga in te voegen.

    Alfred Schnittke ( 1934 – 1998) werd geboren in Sovjet-Duitsland. Hij begon zijn muziekopleiding in 1946 in Wenen, om die vanaf 1948 voort te zetten aan het Conservatorium in Moskou. Aanvankelijk componeerde hij in een avant-gardistische, westerse stijl, maar hij vond dat onbevredigend en ontwikkelt dan een nieuwe stijl, het ‘polystilisme’, waarbij hij elementen uit verschillende perioden en muziekstijlen verwerkt; iets wat sommigen post-modernisme zouden noemen.

    Zo is de Musica Nostalgica een bewerking van het Menuet uit de Suite in Oude Stijl uit 1972 voor viool en piano of kamerorkest. De gehele suite is geschreven als een compositie uit de 18e eeuw, maar midden in het stuk zitten een paar heerlijke glissandi in de cellopartij, om luisteraars die even op het verkeerde been waren gezet, te doen beseffen dat het toch echt om een moderne compositie gaat. Schnittke schreef een omvangrijk oeuvre: symfonieën, soloconcerten, concerti grossi, kamermuziek, balletten, koorwerken en een opera. Het sovjetregime bekeek zijn werk vanwege het avant-gardistische, door het westen beïnvloede karakter met argwaan en dwarsboomde uitvoeringen. Om in het levensonderhoud van zijn gezin te voorzien schrijft Schnittke dan filmmuziek. In 1990 vestigt hij zich in Hamburg, waar hij ook overlijdt.

    Martijn Willers en Joris van den Berg speelden voor het eerst samen in 2006 bij het Nationaal Celloconcours, wat Joris een eerste prijs opleverde. Samen traden ze op in verschillende concertzalen, o.a. het Concertgebouw in Amsterdam en Vredenburg Utrecht. Ze maakten een tournee door de Verenigde Staten en hun spel leidde tot prijzen zoals bij het Internationaal Joh.Brahms Kamermuziekconcours in Pörtschach in Oostenrijk in 2008 en in 2014 als winnaars van de Dutch Classical Talent Award. Het leverde hun onder andere een optreden op in het Concertgebouw en een tournee. In China traden ze op in Bejing en Shanghai. Met hart en ziel stort het ensemble zich in de muziek om de schoonheid van de stukken over te brengen aan het publiek. 

    Voor deze avond heeft het duo een evenwichtig en harmonisch programma samengesteld. Twee bij elkaar horende werken van Bach en van Beethoven omarmen als door de tijd gelauwerde grote broers de werken van twee moderne componisten. De garantie voor een avond van puur muziekgenot.


    Winterconcert vrijdag 20 januari 2017

    Delta Piano Trio

    ‘Een brok muzikale energie’

    Gerard Spronk, viool
    Victor Julien-Lafamère, cello
    Vera Kooper, piano

    PROGRAMMA

    W.A. Mozart: Pianotrio in C major K 548 (1788)

    – Allegro
    – Andante cantabile
    – Allegro

    Philippe Hersant: Variations sur la Sonnerie de Sainte-Geneviève du Mont de Paris (1998)

    PAUZE

    F.Mendelssohn-Bartholdy: Piano Trio no.1 in d minor, Opus 49 (1839)

    – Molto allegro ed agitato
    – Andante con moto tranquillo
    – Scherzo
    – Finale

     

    Toegift Franz Schubert: Notturno D897 in Es major

    Op 32-jarige leeftijd voltooide Mozart het Piano Trio no.5 in C major K 548. Hij was toen op het absolute hoogtepunt van zijn creatieve kunnen. Hij was onder andere bezig met zijn laatste grote symfonieën en het complexe Piano Trio in E-major KV 542. In de muzikaal gezien vruchtbare zomer van 1788 schreef hij ook het trio dat u vanavond te horen krijgt. Het is beperkter in omvang en simpeler en lichtvoetiger dan de andere werken uit die tijd. Het lijkt erop dat hij het schreef voor eigen plezier om samen met anderen te spelen tijdens een genoeglijk samentreffen of dat het bedoeld was voor goede amateurs.
    Het was het 5e van de zes pianotrio’s die hij schreef in zijn Weense tijd. Gaandeweg zien we de rol van de cello zich ontwikkelen. Aanvankelijk diende de cellopartij voornamelijk ter ondersteuning van de viool en de piano, maar ze groeide uit tot een steeds zelfstandiger en completer partij met een eigen melodielijn en een evenwichtig aandeel in de uitwerking van de thema’s. In dit trio zijn viool en piano nog prominent aanwezig, maar ook de cello neemt actief deel aan de muzikale uitwisseling tussen de instrumenten. Het trio heeft een opgewekt karakter met een melodieus middendeel, dat door zijn delicate zangerigheid een voorafspiegeling is van de kamermuziek uit de vroege 19e eeuw.

    Van de in 1948 geboren Franse componist Philippe Hersant hoort u vanavond variaties op een stuk dat oorspronkelijk, bijna drie eeuwen daarvoor door zijn landgenoot Marin Marais (1656-1728) werd gecomponeerd: ’La sonnerie de Sainte-Geneviève du Mont de Paris’ uit 1723. De inspiratie tot dit werk vormde het klokgelui van de kerk gewijd aan de Heilige Genoveva – het latere Panthéon – op een van de zeven heuvels van Parijs. Marais wist met een ensemble van viola da gamba, viool en basso continuo de indruk van een carillon te wekken o.a. door de typische stemming en de samenklanken van een klokkenspel na te bootsen.
    Hersant gebruikte in zijn Variations een pianotrio. Met name de piano blijkt uitstekend geschikt om een carillon te verklanken. Soms als een voorjaarsachtig geklingel van een enkel klokje over een vredig landschap, of als een noodklok die waarschuwt voor gevaar; dan weer als een op hol geslagen carillon boven een verbijsterde wereld waarin alles raast en tiert, waarbij ook de viool en de cello zich niet onbetuigd laten. Je kunt erin horen wat je fantasie je voorschotelt. Je kunt het ook over je heen laten komen en je alleen maar verbazen over het fabelachtige talent van deze hedendaagse componist, die meer dan 100 composities op zijn naam heeft staan, maar die veel te weinig bekend is en veel te zelden gespeeld wordt. Een nieuw jaar beginnen met een nieuwe ontdekking. Het kan niet beter!

    Felix Mendelssohn-Bartholdy
    trad al als 9-jarig knaapje met zijn viool in het openbaar op en als 11-jarige schreef hij zijn eerste composities. Mendelssohn was ook degene die, zoals bekend, de Mattheuspassion van Bach weer tot leven wekte. Hij beoefende allerlei muzikale genres, waarbij de kamermuziek een aanzienlijk deel van zijn oeuvre in beslag neemt.
    Het Piano Trio in d minor begint met een introductie van het hoofdthema door de cello. De viool volgt, ondersteund door een syncopische begeleiding door de piano. Ook het tweede thema wordt door de cello geïntroduceerd, waarna Mendelssohn beide thema’s in de virtuoze doorwerking combineert en de drie instrumenten afwisselend de melodie voor hun rekening nemen. In het tweede deel -Andante con moto tranquillo- neemt de piano het voortouw met een melodie die doet denken aan Mendelssohns Lieder ohne Worte. De viool neemt het thema over en bij de herhaling voegt zich de cello, terwijl de piano de melodie omspeelt en ondersteunt. Ook bij het Scherzo, een licht en dansant deel, wordt het hoofdthema eerst gespeeld door de piano, die daarna al snel naar de achtergrond terugtreedt en de rol van de begeleiding op zich neemt. De Finale begint pianissimo, maar tempo en volume nemen al snel toe in de veeleisende pianopartij met opzwepende arpeggio’s en reeksen chromatische akkoorden. Daartegenover vormen de cantabile momenten als balsem voor de ziel een duidelijk contrast.

    Het Delta Piano Trio werd opgericht in Salzburg door drie Nederlandse musici: Gerard Spronk, Irene Enzlin en Vera Kooper, en in deze combinatie functioneert het nog steeds. Helaas kon Irene Enzlin door andere verplichtingen vanavond niet in Tienhoven optreden. Ze wordt vervangen door de cellist Victor Julien-Lafamère. Uit beschrijvingen van het trio blijkt hun persoonlijke klank en de toewijding en het enthousiasme van de musici. Ze zien kamermuziek als een vorm van communicatie, constante uitwisseling van ideeën en een gedeelde ontwikkeling via reflectie en nieuwe ontdekkingen.

    Het Delta Piano Trio heeft een zeer persoonlijke repertoire keuze en schroomt niet om minder bekende componisten uit te voeren. Om met Gerard Spronk te spreken: ‘We zien optreden als een uitdaging en een voorrecht om het hart van de toehoorder te raken met muziek.’


    Najaarsconcert vrijdag 4 november 2016

    Johannette Zomer (sopraan) en het Tulipa Consort

    ’Al vele jaren de beste baroksopraan van Nederland’

    Johannette Zomer, sopraan
    Lidewij van der Voort en Marc Cooper, viool
    Anna Smith, altviool
    Robert Smith, cello
    Maggie Urquhart, bas
    Daniel Brüggen en Annelies Schraa, blokfluit
    Michiel Niessen, theorbe & mandoline
    Siebe Henstra, klavecimbel
    Bart Naessens, orgel

    PROGRAMMA LAUDATE!

    Sinfonia in D groot RV 125
    ’Ascende laeta’ Uit ’Juditha Triumphans’
    RV 644 aria’s
    Concerto in F groot RV 442
    ’O qui coeli terraeque serenitas“ RV 631

     

    PAUZE

    Uit ’Juditha Triumphans’ RV 644 aria Vagaus ’Umbrae carae’
    Sinfonia ’Al Santo Sepolcro’ RV 169
    ’Laudate pueri’ in C klein RV 600

     

    BEROEMD, VERGETEN EN HERONTDEKT

    Omstreeks de jaren 1710-1720 lag de naam van Antonio Vivaldi op de lippen van talloze muziekliefhebbers in Italië en de rest van Europa. Vivaldi had zijn reputatie vooral te danken aan zijn virtuoze vioolspel en de meeslepende sonates en concerten die hij uitvoerde met het orkest van weesmeisjes dat hij dirigeerde in Venetië. Vanuit deze oude handelsstad verspreidde zijn muziek zich als een olievlek over Europa en ontketende tot in Noord-Duitsland een enorme ‘hype’ waarin ook componisten als Bach, Telemann en Händel werden meegezogen. Vivaldi’s vioolspel werd zelfs bij toeristen aangeprezen in een Venetiaanse stadsgids uit 1713. Door de enthousiaste verhalen over dit vioolmirakel trokken uit heel Europa musici naar Venetië om les bij hem te nemen en voor duur geld manuscripten van zijn werk mee naar huis te nemen. En Vivaldi zelf bereisde half Europa om er zijn werken uit te voeren en uit te geven. Toen na eeuwen vergetelheid Vivaldi’s muziek in de jaren 1920 weer onder het stof vandaan kwam, werd duidelijk dat de geschiedenis der muziek er zonder hem anders zou hebben uitgezien. Telemann, Händel en Bach hebben het ambacht van het schrijven van sonates en concerten van hem afgekeken en vervolgens werken voor de eeuwigheid nagelaten, zoals de Concerti grossi opus 12 van Händel en de Brandenburgse concerten van Bach.

    EEN BLOEMLEZING GEWIJDE GEZANGEN

    Nauwelijks iemand wist echter dat Vivaldi ook kerkmuziek schreef. Het bleef tot 1939 een van de best bewaarde geheimen uit de muziekhistorie. Toen dook de componist Alfredo Casella vanwege een Vivaldi-herdenkingsweek in de Nationale Bibliotheek in Turijn het manuscript van het Gloria van Vivaldi op. Zo zijn sinds de jaren 1950 ook de andere circa vijftig vergeten partituren met Vivaldi’s kerkmuziek weer langzaam tot leven gekomen. Een mooie bloemlezing daaruit is op deze cd opgenomen. Het overgrote deel van zijn muziek schreef Vivaldi voor het Santo Ospedale della Pietà in Venetië, een van de vier kloosters waar honderden Venetiaanse weesjongens en – meisjes werden ondergebracht. De jongens werden opgeleid tot schoenmaker, wever of steenhouwer zodat ze later in hun eigen onderhoud konden voorzien. Maar de meisjes en de in de Pietà woonachtige vrouwen wijden zich vrijwel volledig aan de muziek. De concerten en liturgievieringen van het Pietà vormden een grote culturele attractie die tot ver buiten Venetië bekend was. Daarbij waren ze een aanzienlijke bron van inkomsten voor het instituut. In bewaarde ooggetuigenverslagen klinkt verwondering door over de meisjes die zingen als engelen, prachtig viool spelen, maar ook grote instrumenten als fagot en contrabas de baas kunnen. Maar liefst veertig concerten schreef Vivaldi voor vierstemmig strijkorkest, het genre waarmee hij de meisjes en vrouwen kon trainen in samenspel, orkestrale streektechniek en zuiverheid. Een fraai voorbeeld is de Sinfonia in D RV 125, met haar drie qua tempi en sfeer sterk contrasterende delen, waarin de musici zich konden profileren als een ensemble virtuozen maar ook konden schitteren in expressieve zangerigheid.

    PLASTISCHE WOORDSCHILDERINGEN

    ‘Laudate pueri’ in c RV 600 voor sopraan, strijkers & b.c. is een uitgebreide zetting van omstreeks 1715 van psalm 113 (112) in tien delen, een tekst die Vivaldi later nog twee keer zou toonzetten. Opvallend is de donkere toonsoort c-klein en de vele schaduwmomenten in het werk, terwijl de tekst overwegend vreugdevol en jubelend is. Het stuk is doorspekt met plastische woordschilderingen, zoals in het derde deel ‘A solis ortu’, waar de opkomst en ondergang van de zon worden uitgebeeld door op- en neergaande wendingen in de melodie. Of in het vijfde deel ‘Quis sicut Dominus’, waar de tegenstellingen tussen ‘hoog’ en ‘laag’ en tussen ‘hemel’ en ‘aarde’ in de tekst worden geschilderd door plotselinge grote melodische contrasten van hoog naar laag in de muziek. Fraai zijn ook de muzikale uitbeelding van armoede (‘inopem’) in een plechtig Adagio en de van chromatiek doortrokken schets van het verheffen van de ‘arme’ (‘pauperem’). De afsluiting vormt een fugatisch aandoend ‘Amen’ met een guirlande van virtuoos jubelende versieringen.

    De Nederlandse sopraan Johannette Zomer werkte eerst enige jaren als microbiologisch analiste alvorens zij in 1990 haar zangopleiding begon bij Charles van Tassel aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. Het repertoire van Johannette reikt van de Middeleeuwen tot en met de  20e eeuw, met als gevolg een zeer gevarieerde en omvangrijke concertpraktijk. Zij maakte haar operadebuut in oktober 1996. In 2013 richtte zij haar eigen ensemble het Tulipa Consort op, waarmee zij repertoire uit de 17e en vroeg 18e eeuw uitvoert.

    Het Tulipa Consort bestaat uit: Lidewij van der Voort & Marc Cooper, viool, Anna Smith altviool, Robert Smith cello, Maggie Urquhart bas, Daniel Brüggen en Annelies Schraa blokfluit, Michiel Niessen theorbe & mandoline, Siebe Henstra, klavecimbel, Bart Naessens orgel.