Seizoen 2014-2015

Data concerten bij kaarslicht van het seizoen 2014-2015

  • vrijdag 7 november 2014 – het Grieg Trio
  • vrijdag 23 januari 2015 – Duo Vesko Eschkenazy & Marietta Petkova
  • vrijdag 3 april 2015 – Ensemble Lumaka

Voorjaarsconcert vrijdag 3 april 2015

Ensemble Lumaka

Miriam Overlach (harpist) / Jana Machalett (fluitiste) / Martina Forni (altvioliste) / Charles Watt (cello) / Eke van Spiegel (viool)

Technisch gaaf, muzikaal intelligent en emotioneel gedreven… (Eindhovens Dagblad)

  • Alessandro Scarlatti: Sonate pour flute et instruments à cordes
  • Maurice Ravel: Sonatine en Trio
  • Marcel Tournier: Suite
  • Claude Debussy: Trio Sonate
  • Gabriel Pierné: Voyage au pays du tendre
  • Joseph Jongen: Concert à cinq – Très decidé

Alessandro Scarlatti (1660 – 1725): Sonate pour flute et instruments à cordes 

  • Allegro moderato
  • Fugue
  • Allegro

Maurice Ravel (1875 – 1937): Sonatine en Trio

  • Modéré
  • Mouvement de Minuet
  • Animé

Marcel Tournier (1879 – 1951): Suite

  • Soir
  • Danse
  • Lied
  • Fête

 PAUZE

Claude Debussy (1862-1918): Trio Sonate

  • Pastorale
  • Interlude
  • Finale

Gabriel Pierné (1863 – 1937): Voyage au pays du tendre

Joseph Jongen (1873 – 1953): Concert à cinq – Très decidé 

E n s e m b l e  L u m a k a
harp, fluit, strijkers – muziek uit de jaren 1920

‘Technisch gaaf, muzikaal intelligent en emotioneel gedreven…’ (Eindhovens Dagblad)
‘Das Ensemble zeigte technische Rafinesse, hohe Diversität und eine Leidenschaft, die das Publikum gefangen nahm.’ (Ostfriesische Nachrichten 2011)

Gelauwerd met diverse jury- en publieksprijzen, o.a. van het Kamermuziekconcours Almere en Het Debuut, met meerdere CD opnames en na diverse optredens tijdens festivals in het binnen- en buitenland behoort Ensemble Lumaka tot de meest succesvolle ensembles van Nederland. De musici van Lumaka zijn verbonden door een samenwerking van bijna tien jaar.

Ensemble Lumaka is een muzikaal gezelschap van solisten en musici uit o.a. het Koninklijk Concertgebouworkest rond harpiste Miriam Overlach en fluitiste Jana Machalett, dat zich toewijdt aan de muziek rond de jaren 1920 van de vorige eeuw. Samen met Martina Forni, altviool, violiste Eke van Spiegel, cellist Charles Watt en bij gelegenheid met gasten zoals bvb klarinetist Olivier Patey (klarinetist KCO), violiste Diet Tilanus of zangeres Sabine Wüthrich geven zij concerten in bezettingen van duo tot septett.

Hun gedeelde visie op het maken van kamermuziek bestaat uit het doorgronden en analyseren van een stuk en de vrijheid en spontaneïteit voor elke speler. Dit leidt tot oprechte, integere en gepassioneerde interpretaties. Lumaka is de afgelopen jaren zich steeds meer gaan verdiepen in de muziek rond 1920. Hierdoor wordt Lumaka inmiddels beschouwd als hét Ensemble voor muziek uit die tijd!

Waarom de jaren twintig? In de jaren twintig werd voor het eerst een ensemble in de kwintetbezetting (fluit, harp, strijktrio) opgericht, door de harpist Pierre Jamet. Daardoor is er heel veel mooi repertoire uit het Frankrijk van die tijd. Ook muziekhistorisch gezien is het een erg interessante periode: de laatste staart van de romantiek, de eerste jazz-invloeden, gekke tonaliteit en ritmiek…

Ensemble Lumaka heeft in het afgelopen jaar, naast festivalconcerten in Duitsland en Nederland, een aantal concerten gegeven op jaren-twintig-locaties in Amsterdam zoals bijv. Sociëteit de Kring, de Maarten Lutherkerk of in Berlages Amsterdam bij de Minervalaan. Lumaka vult haar uitvoeringen aan met recensies en citaten uit bijvoorbeeld ‘De Groene’, muziektijdschiften en boeken. Ook kan gepaste kledij niet ontbreken. En voor de liefhebbers neemt Lumaka zo nu en dan zelfs een glaasje Absinth mee!

In 2006 won Lumaka zowel de jury- als ook de publieksprijs tijdens het Internationaal Kamermuziekconcours Almere; in 2009 werd het ensemble in het kader van de prestigieuze concertserie Het Debuut uitgenodigd te spelen in de grootste Nederlandse concertzalen, zoals bijvoorbeeld de Kleine zaal van het Concertgebouw Amsterdam, Vredenburg Utrecht en de Vereniging Nijmegen. Aansluitend ontving Lumaka de publieksprijs voor het best debuterende ensemble: een cd-opname bij het label Sol Classics die met lovende recensies werd bekroond.

Sinds 2010 werkt het Ensemble bovendien samen met het Duitse label Querstand van Kamprad, in 2011 verscheen hun Cd ‘Noël de France’, en de CD ‘De jaren 1920’ is in de maak. Het ensemble trad afgelopen jaren op tijdens het Grachtenfestival, Festival Peter de Grote, Musikalischer Sommer Ostfriesland, Bayreuther Orgelwochen en het Thai International Harpfestival Bangkok. Lumaka was onder meer te gast in het televisieprogramma Vrije Geluiden (VPRO) en bij Radio 4 ‘De nationale Top’ en ‘Live vanuit de Spiegelzaal van het Concertgebouw’ en VIRUS.

Het concert begint met de Sonate voor fluit en snaarinstrumenten van Alessandro Scarlatti, de vader van de Napolitaanse opera, beroemd om zijn kamer cantates. Een passende inleiding tot de mogelijkheden van de klankwereld van het harp kwintet.

Het eerste impressionistische werk van vanavond is de Sonatine van Maurice Ravel. De titel Sonatine duidt in dit geval alleen op de compactheid van het werk, het is zeker geen simpele, of lichte muziek. Ravel maakte zich zorgen dat het publiek de complexiteit van de compositie niet zou waarderen. Ravel schreef het eerste deel als inzending voor een compositiewedstrijd, aangemoedigd door een vriend. De opdracht was het componeren van een pianosonate van maximaal 75 maten. Ravel was de enige kandidaat, maar werd gediskwalificeerd, omdat zijn compositie een paar maten te lang was. Twee jaar later voltooide Ravel de Sonatine met het tweede en derde deel. Kort daarna werd het werk uitgegeven. Vanavond de Sonatine in een transcriptie voor fluit, harp en altviool door Carlos Salzedo.

Marcel Tournier is een grote naam in de wereld van de harp. Hij leidde niet alleen twee generaties Europese en Amerikaanse harpisten op aan het conservatorium van Parijs van 1912-1948, maar componeerde ook veel belangrijk solorepertoire voor de harp, waarbij hij de technische en harmonische mogelijkheden van het instrument uitbreidde. De Suite voor harpkwintet is een van zijn weinige kamermuziekwerken. De titels van de delen: Soir, Danse, Lied en Fête spreken voor zich.

Muziekrecensent Léon Vallas schrijft in 1929 dat Claude Debussy het voornemen had zijn sonate te schrijven voor fluit, hobo en harp, maar later besloot dat het timbre van de altviool veel beter bij de fluit zou passen. Deze Trio Sonate voor fluit, altviool en harp is één van zes geplande sonates. Uiteindelijk voltooide Debussy er drie, de sonate voor viool en piano, de sonate voor cello en piano en deze sonate voor de veel minder gebruikelijke bezetting van fluit, altviool en harp.

De Fransman Gabriel Pierné en de Belg Joseph Jongen waren beiden beroemde organisten. Pierné schreef zijn Voyage au pays du tendre in 1935, twee jaar voor zijn dood. Het werk beschrijft een reis door exotische landen en de partituur is vergezeld van een landkaart. Het werd voor het eerst uitgevoerd in 1936 door harpist Pierre Jamet en zijn harpkwintet. Jamet was de inspiratie voor veel componisten om voor deze bezetting te schrijven, waaronder zijn voorganger aan het Parijse Conservatorium, Marcel Tournier.

Jamet was met zijn kwintet mogelijk ook de inspiratie voor het laatste werk van vanavond; Concert à cinq van Joseph Jongen, dat van sprankelende exotische muziek uit zijn voegen barst.


 Winterconcert vrijdag 23 januari 2015

Deze derde week van januari schijnt de meest deprimerende week van het jaar te zijn. Goede voornemens zijn (alweer) mislukt, het is nog steeds donker en koud. Reden te meer om te gaan zitten voor twee muzikale sterren in een mooie kaarslichtavond. Een uiteenlopend en boeiend programma waar beide musici solistisch en als duo kunnen schitteren.

Na de pauze ziet u de pianosolo werken cursief gedrukt. Deze werken zullen als een soort spoom fungeren in het programma. Een luchtig en verassend element voor het ‘hoofdgerecht.’ Geniet u van dit muzikale menu en vergeet even dat het de derde week van januari is.

Vesko Eschkenazy (viool) / Marietta Petkova (piano)

  • Eugène Ysaÿe: Sonate voor viool solo in a klein, opus 27 nr.2  & Jacques Thibaut’.
  • Wolfgang Amadeus Mozart: Sonate voor viool en piano in e klein, KV 304.
  • Claude Debussy: Sonate voor viool en piano.
  • César Franck: Sonate voor viool en piano in A groot.

Eugène Ysaÿe (1858-1931): Sonate voor viool solo in a klein, opus 27 nr.2  & ‘Jacques Thibaut’.

  • Obsession; Prelude
  • Malinconia
  •  Danse des ombres; Sarabande
  • Les Furies

W.A.Mozart (1756-1791) : Sonate voor viool en piano in e klein, KV 304.

  • Allegro
  • Tempo di Menuetto

Claude Debussy (1862-1918): Sonate voor viool en piano.

  • Allegro vivo
  • Intermède: Fantastique et léger
  • Finale: Très animé

 PAUZE

Alexander Scriabin (1872-1915): Preludes uit opus 11 voor piano solo
Frederik Chopin (1810-1849): Preludes uit opus 28 voor piano solo

César Franck (1822-1890): Sonate voor viool en piano in A groot

  • Allegretto ben moderato
  • Allegro
  • Recitativo-Fantasia ben moderato
  • Allegretto poco mosso

Vasko Eschkenazy is afkomstig uit Bulgarije. Hij begon op 5-jarige leeftijd met viool spelen. Vier jaar later was hij al concertmeester van het Pioneer Philharmonic Orchestra. Hij studeerde aan het nationaal Conservatorium van Bulgarije en aan de Guildhall School of Music and Drama.

Hij trad op onder vermaarde dirigenten: Maris Janssons, Riccardo Chailly, Bernard Haitink, Sir Colin Davis, Kurt Masur en Mstislav Rostropovitsj. En met beroemde orkesten, waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest, het Royal Philharmonic Orchestra en het London Philharmonic Orchestra.

Sinds 1999 is hij concertmeester van het Concertgebouworkest. Hij speelt ook kamermuziek; vormt een duo met pianist Ludmil Angelov en maakt deel uit van het Osiristrio. Het instrument dat hij bespeelt is een Guarnieri del Gesù uit 1738.

Marietta Petkova, ook afkomstig uit Bulgarije, volgde een studie aan het Musieklyceum in Roese in Bulgarije, aan de Muziekacademie in Sofia en aan de Hochschule für Musik in Wenen, waar ze pupil was van Paul Badura Skoda. Hij roemde haar muzikale intelligentie, waarbij gevoel en techniek volmaakt in balans zijn.

Vanaf 1990 studeerde ze aan het Sweelinckconservatorium, waar ze in 1994 haar diploma met een 10 met onderscheiding behaalde. Ze trad op in Europa, Noord-Amerika en Japan, met solorecitals en in kamermuziekensembles. Ook was ze soliste bij verscheidene orkesten: zoals het Concertgebouw Kamerorkest, het Residentie Orkest, het Orchestre de Chambre de Lausanne en het Kammerorchester Arcata Stuttgart.

Ze was 10 jaar, toen ze de Grand Prix in de National Piano Competition in Bulgarije won. Daarna volgden talrijke prijzen bij belangrijke concours over de hele wereld.

Eugène Ysaÿe, die behalve violist ook componist was, schreef de Sonate voor viool solo opus 27 nr.2 in a-klein in 1923. Hij maakt deel uit van een serie van 6 solosonates, waarvan elke sonate gewijd is aan een violist uit zijn tijd. Jacques Thibault was een vriend van Ysaÿe en aan hem wijdde hij de tweede sonate. Hij werd geïnspireerd tot het componeren van het werk nadat hij Joseph Szigeti –aan hem is de eerste sonate gewijd- een sonate voor vioolsolo van Bach had horen spelen. Zoals Bach een beeld had geschetst van de muzikale uitdrukking en techniek van zijn tijd, wilde Ysaÿe dat doen voor de muziek uit het begin van de 20e eeuw. Er zijn dan ook karakteristieke kenmerken van de vroeg 20e-eeuwse muziek in te beluisteren, zoals 12-toonsreeksen, dissonanten en kwarttonen.

Omdat Ysaÿe perfecte beheersing van het instrument onontbeerlijk achtte voor een vertolking die de ware geest van de muziek recht deed, stelde hij zeer hoge eisen aan de uitvoerenden.

Wolfgang Amadeus Mozart schreef de Vioolsonate in e klein in 1778 tijdens een verblijf in Parijs. In dezelfde tijd overleed zijn moeder Anna Maria, aan wie hij zeer gehecht was. Deze gebeurtenis, waarvan we uit zijn brieven weten hoezeer die hem trof, wordt weerspiegeld in de melancholieke sfeer van de sonate. Het is de enige vioolsonate die in e mineur is geschreven. Vooral het trio is ongewoon ontroerend. Mozart droeg de sonate op aan keurvorstin Maria Elisabeth.

De Vioolsonate in g klein uit 1917 is het laatste werk van Claude Debussy voor zijn overlijden in 1918. Het is de derde sonate in een reeks van zes die hij in gedachten had, telkens voor andere instrumenten. De cyclus bleef onvoltooid. Debussy componeerde behalve deze vioolsonate nog wel een sonate voor fluit, altviool en harp en een cellosonate. De première van de vioolsonate vond plaats op 5 mei 1917 met Gaston Poulet die de vioolpartij speelde en Debussy zelf aan de piano. Het was meteen zijn allerlaatste optreden.

De omstandigheden waaronder de sonate tot stand kwam waren allesbehalve rooskleurig. Sinds 1909 wist Debussy dat hij aan kanker leed. Bovendien was de Eerste Wereldoorlog uitgebroken, waarbij een aantal vrienden van hem om het leven kwamen. De contemplatieve sfeer is dan ook niet zo vreemd.

Cesar Franck schreef zijn vioolsonate in A groot als huwelijksgeschenk voor zijn vriend Eugène Ysaÿe. Hij presenteerde hem het werk op de ochtend van diens trouwdag op 26 september 1886. Na even oefenen speelde Ysaÿe de sonate samen met Léontine Bordes-Pène – een pianiste en genodigde op het feest- ’s avonds voor de gasten.

De eerste publieke uitvoering vond plaats in Brussel in het Musée Moderne de Peinture in de donkere dagen voor Kerstmis op 16 december 1886. Het was het laatste stuk op het programma en het was al bijna donker voor het aan de beurt kwam. De directie verbood, in verband met de schilderijen, om kunstlicht te gebruiken, zodat de musici het dan maar in vrijwel complete duisternis speelden. Ysaÿe heeft het daarna nog 40 jaar op zijn repertoire gehouden en daarmee veel bijgedragen aan de erkenning van de componist.

Het werk maakt sindsdien deel uit van veel recitals, bijvoorbeeld van dat van Jascha Heifetz bij zijn allerlaatste optreden in 1972. Het is een stuk dat hoge eisen stelt aan de uitvoerenden. Vooral de pianopartij is berucht. Franck zelf had enorm grote handen. Voor hem zullen de zeer omvangrijke accoorden niet zo’n probleem hebben opgeleverd, maar voor veel andere pianisten is het een hoogstandje.


 Herfstconcert vrijdag 7 november 2014

Grieg Trio: Sølve Sigerland (viool) /  Ellen Margarete Flesjø (cello) / Vebjørn Anvik (piano)

Ludwig van Beethoven, Trio in D-major, “Geister” opus 70 nr.1

  • Allegro vivace e con brio
  • Largo assai ed espressivo
  • Presto

Dmitri Shostakovich, Trio in e-minor, opus 67 nr.2

  • Andante
  • Allegro con brio
  • Largo
  • Alegretto

PAUZE

Johannes Brahms, Trio in C-major, opus 87 –

  • Allegro
  • Andante con moto
  • Scherzo: Presto
  • Finale: Allegro giocoso

En het seizoen begon met een rentree van het Grieg Trio. Een gevestigd ensemble dat al 27 jaar op topniveau musiceert. Het is precies tien jaar geleden dat zij Tienhoven bezochten en we zijn trots dat we hen wederom in ons kerkje mochten verwelkomen.

Het Grieg Trio werd in 1987 opgericht en sedertdien is de samenstelling van het trio niet veranderd. Deze langdurige samenwerking heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het succes van het ensemble, dat tegenwoordig een van de leidende pianotrio’s op de internationale podia is.

Na een succesvol debuut volgde studie bij András Mihály in Boedapest, en daarna bij leden van het Amadeus Quartet en het Allegri Quartet.

Het trio verzorgde vele optredens, o.a. in Wigmore Hall in Londen, het Châtelet in Parijs, het Berliner Konzerthaus, ons Koninklijk Concertgebouw en Carnegie Hall in New York.

Behalve concerten en opnames van componisten als Beethoven, Mendelssohn, Brahms, Dvorak, Smetana, Shostakovich e.a. trad het trio op met werken van hedendaagse componisten: Lasse Thoresen en Sir Peter Maxwell Davies bijvoorbeeld.

Het ensemble won ook prijzen: de Parkhouse Award, de 1e prijs op de Colmar interational Music Competition, en de Norwegian Spellemann Prize; deze laatste prijs voor de beste klassieke C.D.-opname.

Van 2004-2009 was het trio artistiek directeur van het Stavanger International Chamber Music Festival in Noorwegen.

Het zogenaamde “Geistertrio” componeerde Beethoven in 1808 tijdens zijn verblijf bij gravin Marie von Erdődy, bij wie hij tot 1809 zou wonen. Hij droeg allebei de trio’s opus 70 aan haar op, als dank voor de genoten gastvrijheid. Was het genre van het pianotrio bij Mozart en Haydn nog voornamelijk diverterend, Beethoven maakte het tot een van de cruciale kamermuziekgenres van de 19e eeuw. In het Trio opus 70 nr. 1 hield Beethoven nog wel de traditionele driedeligheid aan. De bijnaam “Geistertrio” dankt het het werk aan de spookachtige tremolo-effecten in het langzame deel: Largo assai ed espressivo. Misschien dat die hun wortels hebben in schetsen voor een opera over Macbeth, waar Beethoven destijds mee bezig was.

In de twee andere delen valt geen enkele griezeligheid te ontdekken. Het eerste deel Allegro vivace e con brio is een energiek stuk dat stormachtig begint met een unisono van viool en piano en een zangerige frase in de cello. Uiteindelijk resulteert het in een hecht samengaan van de instrumenten met een verbazend ritmische energie.

Het laatste deel Presto is weer een en al zangerigheid en virtuositeit met typisch Beethoviaanse harmonische wendingen.

Shostakovich componeerde het trio nr. 2 opus 67 in 1944. Hij schreef het ter nagedachtenis aan zijn vriend, de musicoloog en literatuurgeleerde Ivan Ivanovich Sollertinski. In de vier delen komen het verdriet om de dood van zijn vriend en de ellende van de oorlog tot uitdrukking. Het eerste deel, Andante, begint met een fugato, dat als de kiemcel voor het hele deel kan worden beschouwd. Het begint met een ijle melodie in de cello, waarop de viool in zijn laagste register antwoordt, en waar zich tenslotte de piano bij voegt. Het is zeer Russisch van karakter. Het korte Scherzo, een Allegro non troppo, is optimistischer en wordt gekenmerkt door volkse thema’s. Dit in tegenstelling tot het volgende deel, Largo, een duistere passacaglia in de pianopartij, waarboven de strijkers uitstijgen in een aanklacht tegen de gruwelen van de oorlog. In de daaraan sluitende finale, Allegretto, breekt de ellende los in obsessieve volkse ritmes als een danse macabre, om te eindigen in een plechtige koraal. Als kleine pleister op een grote wonde?

Brahms’ Trio opus 87 no. 2 in C-major ontstond in 1880 tijdens een zomervakantie in Ischl, een kuuroord in de buurt van Salzburg, dat toendertijd graag door de elite werd bezocht. Hij genoot daar van het gezelschap van goede vrienden en voelde er zich opgewekt. Brahms bleef werken aan het trio, dat pas in 1882 tijdens een kamermuziekavond voor het eerst werd uitgevoerd. Zijn dierbare vriendin Clara Schumann was zeer te spreken over het werk, dat ze ‘een meesterwerk en een absolute streling voor het oor’ noemde.

Mannelijke energie voert de boventoon in het hartstochtelijke openingsdeel. Dan volgt een lyrisch andante con moto, waarin de nostalgie van de Hongaarse volksmuziek doorklinkt. Na een snel Scherzo eindigt dit pianotrio met een krachtige en bezielde finale.